Waarde lezer. Vrij recentelijk schreef ik iets over schommelarmvoorvorken. En vanwege een aantal vragen en opmerkingen, hier nog een kort vervolg.
Veelal pleeg ik te zeggen, wanneer iemand een kant en klare zijspanmotor bij ons kiest, òf een zijspanbak aan zijn- of haar motor laat maken: “ga eerst meer eens een tijdje rijden en beslis dan daarna of je wel- of niet alsnog een schommelarmvoorvork door ons wil laten bouwen”.
Het punt is en blijft toch dat elke motorsituatie echt anders is. Dat begint met de motor zelf; een motor van 200 kilo of een motor van 300 kilo of méér. Of een motor met een normale voorvorkveerweg of een motor met een korte voorvorkveerweg. Of een Prescott/Manx/Sterling/Grand Prix, òf een Watsonian GP700; de gewichten van een zijspanbak varièren uiteraard ook. Gaat u vaak alleen rijden met het zijspan, dus met sporadisch iemand in de bak; of rijdt u altijd samen met iemand. Dan: hoe stijl is de balhoofdhoek van de motorfiets. En als laatste een subjectieve: hoe ervaart u het sturen zonder schommelarmvoorvork; de ene berijder ervaart ‘iets zwaarder’ als heel prettig (daar hoort ondergetekende bij) en een ander wil het zo licht als mogelijk. En een derde wil er iets tussenin.

Een stel komende uit het midden van de noordelijke provincies, kwam met een Triumph Speedmaster. Zij behoren tot de leukste mensen van de wereld; hoewel een terzijde. Wij bouwden er al eerder een Watsonian GP700 aan en na verloop van tijd werd toch besloten om een schommelarmvoorvork te laten bouwen. De redenen: de grootste Watsonian bak; een motor met korte veerwerg; vaak met twee personen; èn vakanties met volle bepakking.
Afgelopen week hebben we de klus afgerond; net op tijd voor de start van hun vakantie. En Herman beloofde om af en toe wat foto’s te sturen, dus dit blogje zal af en toe opgesierd worden met foto’s van hun vakantieavonturen.










